De nieuwe architectuur van informatie-deel drie
Deel 3: alternatieve informatiestructuren
Door: Stefana Broadbent en Francesco Cara
27 maart 2002
Vertaling: Joost Wolzak
In deel 1 en 2 hebben we geconstateerd dat de architectuur van eerste generatie websites enkele problemen met zich meebrengt mede waardoor de groei van de internetbevolking en de penetratie van het internet afneemt. Zijn er alternatieven voor handen? Andere manieren om informatie te structureren?
Deel 3: alternatieve informatiestructuren
Dynamische websites
Zij het bewust of onbewust, er worden steeds meer stappen genomen om minder van gebruikers te eisen. Sommige systemen nemen steeds vaker deels het werk van de gebruiker over door relevante content op een intelligente wijze aan te bieden. Er zijn tegenwoordig dynamische websites waarvan de content constant wordt vernieuwd en ververst. Het bouwblok van deze websites is niet meer de pagina. Het is nu een content eenheid. Bijvoorbeeld een stuk tekst, een audio/video clip of een illustratie. Deze worden speciaal geladen in een sjabloon. Een webpagina is het gevolg. Content wordt onderscheiden op basis van metadata: data over data aan de hand waarvan content wordt geidentificeerd en onder bepaalde voorwaarden wordt toegewezen in een bepaald formaat aan een bepaalde locatie.
De scheiding van vorm en inhoud
De scheiding van vorm en inhoud (content) maakt een modulaire site architectuur mogelijk, waarin door middel van regels gelabelde stukken content worden gecombineerd in een sjabloon. Deze structuur maakt het mogelijk om gerelateerde content dynamisch bij elkaar te brengen op dezelfde pagina.
Een nieuwe manier van samenwerking tussen gebruiker en site
Het meest interessante hiervan is dat het cognitieve samenspel tussen gebruiker en site verandert. Redacteuren kunnen nu pagina’s creëren die putten uit alle voor handen informatie. Deze contextuele architectuur opent nieuwe deuren voor gebruikers. Zij kunnen op nieuwe manieren content ontdekken. Er worden bijvoorbeeld tegenwoordig vaak links naar gerelateerde informatie geboden in de rechterkolom.
Minder moeite voor de gebruiker
De keuze van de gebruiker wordt gebruikt als een filter. De filter zorgt ervoor dat de gebruiker minder moeite hoeft te doen voor relevante informatie. Hij of zij hoeft niet meer door rigide informatiestructuren te surfen op zoek naar een gewild stukje content. Het systeem filtert de content en duwt het als het ware naar voren. De onderliggende principes van het filter bepalen nu de kwaliteit van de aan de gebruiker geboden informatie.
Nog minder moeite voor de gebruiker
Een andere stap richting de vermindering van de cognitieve last voor de gebruiker is collaboratief filteren. Het beste voorbeeld hiervan is Amazon’s ‘customers who bought this book also bought…’. Het werkt als volgt. Contextuele content wordt geselecteerd en aangeboden op het scherm op basis van content die het meest is opgevraagd in combinatie met content over het gezochte onderwerp. De interactie van elke gebruiker met de site wordt gebruikt om constant het filter aan te passen aan de laatste trends. Daarmee bouwt het systeem op statistische wijze langzaam een collectieve expertise op. Het collectief deelt mijn interesses en helpt mij om relevante content te selecteren. Noemen wij dat niet ‘cultuur’?
Andere vormen van informatie voorziening
Tekst en illustraties zijn natuurlijk niet de enige manier om gebruikers van informatie te voorzien. Er zijn vele interactieve applicaties te vinden op het web die gebruikers de mogelijkheid geven om extreem gecompliceerde data op een visueel aantrekkelijke manier toegankelijk te maken.
Een goed voorbeeld is de site van de Nederlandse Spoorwegen. Deze site berekent op basis van het opgegeven vertrekpunt en bestemming de kortst durende rit. Gebruikers zijn hier dol op, want het scheelt een hoop gedoe met allerlei tabellen.
Bloomberg is een ander voorbeeld afkomstig uit de financiële wereld, Het geeft de gebruiker de mogelijkheid om allerlei grafieken te maken op basis van waarde van het aandeel en tijdspanne uitgezet tegen meer algemene indexen van de economie, zoals de NASDAQ.
Bovenstaande voorbeelden steunen op complexe real-time data. Data die niet zomaar inzichtelijk is te maken met een boek of traditioneel papieren medium. De informatie wordt berekend door krachtige servers op afstand en op een visueel toegankelijke wijze aangeboden aan de gebruiker. Gebruikers van dergelijke informatie hebben het gevoel dat ze meerwaarde verkrijgen van de website.. Ze weten dat ze de snelheid en kwaliteit van de verkregen informatie niet via een alternatief medium kunnen krijgen.
Conclusies
Mensen lezen niet op het web als op papier. Maar waarom zouden ze ook? Het zou zoiets zijn als een Ferrari gebruiken als grasmaaier. Het internet is een krachtig, vooralsnog ondergebruikt interactief medium dat aanbieders en gebruikers de kans geeft om informatie op nieuwe manieren te ontsluiten en te delen. Haar relationele capaciteiten, waarvan hypertekst de eerste vorm is, maakt dit medium uniek. Tot op de dag van vandaag is het relationele potentieel van het web slechts voor een klein deel benaderd. Als in de toekomst dit potentieel steeds meer benut gaat worden, zal het de manier veranderen waarop wij omgaan met tekst en multimedia content.
Over de auteurs
Stefana Broadbent en Francesco Cara werken beide bij IconMedialab / Lost Boys. Francesco Cara is werkzaam als Chief Usability Officer van IconMedialab / Lost Boys. Francesco Broadbent is HCI Officer bij IconMedialab.
Vertaald en aangepast door: Joost Wolzak. Joost is werkzaam als consultant bij Jungle Rating.
Originele artikel: ‘The New Architecture of Information’, Stefana Broadbent & Francesco Cara, Paris, 2001
Copyright 2001 Bibliotheque publique d’information – Centre Pompidou’
Lees in de serie ‘De Nieuwe architectuur van informatie’ ook: