De nieuwe architectuur van informatie-deel twee
Deel 2: de structuur van eerste generatie websites
Nu dat we weten waar gebruikers behoefte aan hebben, proberen we dieper in te gaan op de vraag hoe het komt dat de internetbevolking er niet veel groter meer op wordt. Het ontwerp en de structuur van eerste generatie websites lijkt een rol te spelen.
Deel 2: de structuur van eerste generatie websites
De groei van internet penetratie en gebruik nemen af
De meeste internet analisten zijn het erover eens dat, onafhankelijk van de economische neergang van internet gerelateerde bedrijven, er sprake is van een terugval van de groei van internetverkeer, de gebruikerspopulatie en de tijd die de gebruikers on-line besteden (bronnen oa: McKinsey, JP Morgan, Comscore Networks en Lehman Brothers, 2001).
De pragmatisch ingestelde gebruiker laat het afweten
Met andere woorden, het internet heeft de ‘early adopter’, de enthousiasteling en de nieuwsgierige in haar ban weten te brengen, maar heeft de meer pragmatisch ingestelde gebruiker nog niet weten te binden.
Nemen wij nu de dagelijkse gewoonten van gebruikers in gedachte en vergelijken we deze met de eerste generatie websites dan hoeven wij niet verbaasd te zijn over het feit dat de groei van de internetbevolking niet zo sterk is als verwacht. Het gat tussen hetgeen ontworpen is en waar gebruikers behoefte aan hebben is fenomenaal groot.
Zo min mogelijk cognitieve moeite
De gewoonten van de lichte gebruikers (zie deel 1) zijn alle symptomatisch voor één probleem: de moeite die de gebruiker moet nemen om dit nieuwe, krachtige medium uit te baten tegen een redelijke cognitieve prijs. Iedereen dacht dat het internet gemakkelijk een massamedium kon zijn. Nu weten we dat het een zeer complexe technologie is: een unieke combinatie van IT, netwerken, telecom en multimedia content. Het vereist leren, motivatie en, met name, bewijs van waarde voor de gebruiker.
Als we goed kijken naar het on-line gedrag van lichte gebruikers, is te zien dat deze groep zo min mogelijk cognitieve moeite wil doen om zijn of haar on-line wens in vervulling te zien gaan. Veel net beginnende en pragmatisch ingestelde gebruikers vinden die moeite vaak veel te hoog. Daarbij is de gewilde informatie in hun ogen vaak met minder moeite te krijgen via andere media. Deze groep geeft zichzelf enkele dagen om erachter te komen wat echt uniek is aan het internet. Daarna gaat alles op routine.
Eerste generatie websites
We zullen hier argumenteren dat de hoofdredenen voor dergelijk gedrag is toe te schrijven aan de structuur van eerste generatie websites.
Over het algemeen is de architectuur van deze websites opgebouwd uit een grote hoeveelheid individuele multimedia content pagina’s georganiseerd in een hiërarchische boomstructuur. De meeste eerste generatie websites zijn statisch: de content van de pagina’s, bestaande uit tekst en plaatjes, veranderen niet per bezoek, tenzij handmatig aangepast.
Eerste generatie navigatie
Daarbovenop ligt een navigatiesysteem dat gebruikers in staat stelt om door de content heen te surfen. Het bestaat doorgaans uit een hoofdnavigatie teneinde de hoofdonderdelen van de site te kunnen bereiken en een subnavigatie ter ondersteuning van een tweede laag content. Een eventuele zoekmachine maakt het mogelijk om directer naar resultaat te zoeken. Hoe meer subonderdelen de site heeft, hoe meer tussenschermen: dit verhoogt de complexiteit van de site structuur en het navigatiesysteem en verlengt de zoektocht naar relevante informatie.
Steeds meer content, steeds meer lagen
Websites zijn steeds ambitieuzer geworden. Ze bieden steeds meer content aan. Het gebrek aan transparantie met het beschreven type architectuur en de beperkte vrijheid van surfen is dan ook overduidelijk. Gebruikers spenderen hun tijd op de website met gokwerk: welk gedeelte van de site bevat de gewilde informatie? Bij succes prenten ze de bewandelde paden in. Onder andere door hulp van de backbutton: welke route heb ik ook al weer bewandeld? In deze vorm van architectuur zijn knopbenamingen van levensbelang: het is de enige aanwijzing die ze krijgen waarmee ze kunnen inschatten welke informatie in een laag eronder te vinden is.
Hoe dieper, hoe verder
Een hiërarchische sitestructuur is vergelijkbaar met een piramide of een ijsberg. De top is de homepage: het entrée naar een grote hoeveelheid informatie op de bodem van de site. Hoe dieper de site, hoe verder verwijderd de relevante informatie. Een heleboel tijd wordt daardoor besteedt aan navigatie activiteiten die op zich weinig tot geen toegevoegde waarde voor de gebruiker heeft. Dit verklaart waarom 3 van de 4 gebruikers webpagina’s slechts vluchtig doornemen en weinig tot geen tekst lezen (Nielsen & Morkes, 1997).
Afschuimers en routiniers
Zoals wij vaak hebben geobserveerd in onze laboratoria vragen gebruikers zich constant af waar ze zitten op de site en of ze de juiste kant op gaan. Gebruikers plegen, bijvoorbeeld, bij nieuwssites de oppervlakte van de site af te schuimen – ze lezen alleen enkele items op de homepage – of steeds hetzelfde pad te nemen op weg naar het stukje informatie waar ze inmiddels bekend mee zijn. In beide gevallen wordt de site niet ten volle gebruikt: de ‘afschuimer’ gaat nooit dieper de site in en de ‘routinier’ ziet nooit iets ander dan dat hij reeds kent.
Categoriseren van content
Tijdens de ontwikkeling van een site wordt er aanzienlijke energie gestoken in het categoriseren van content. Deze categorieën zien we vervolgens terug in de navigatie. Zo kan content ingedeeld worden volgens de conventies van bibliotheken, academische disciplines, naar het voorbeeld van kranten of tijdschriften, naar de interne organisatie van een bedrijf, etc. Informatie architecten zijn verantwoordelijk voor het vinden van de best passende indeling.
Categoriseren creëert afstand
Het categorisatie proces creëert afstand tussen de architectuur van de content en de eigenlijke content door de introductie van lagen die beschreven worden door termen die de geboden content moeten dekken. Die afstand leidt niet alleen tot een minder dan optimale aansluiting van de representatie van content en de eigenlijke content, maar ook tot misinterpretaties: knopbenamingen zijn immers onvermijdelijk generiek van aard en de context biedt nooit genoeg houvast om de bedoelde betekenis te ondersteunen.
Conclusie
We hebben nu geconstateerd dat de architectuur van eerste generatie websites enkele problemen met zich meebrengt. Dit speelt een rol in de afname van de groei van de internetbevolking. Zijn er alternatieven voor handen? Andere manieren om informatie te structureren? Dit behandelen we in deel 3.
Over de auteurs
Stefana Broadbent en Francesco Cara werken beide bij IconMedialab / Lost Boys. Francesco Cara is werkzaam als Chief Usability Officer van IconMedialab / Lost Boys. Francesco Broadbent is HCI Officer bij IconMedialab.
Vertaald en aangepast door: Joost Wolzak. Joost is werkzaam als consultant bij Jungle Rating.
Originele artikel: ‘The New Architecture of Information’, Stefana Broadbent & Francesco Cara, Paris, 2001
Copyright 2001 Bibliotheque publique d’information – Centre Pompidou’