Financien via internet in opmars
Financien via internet in opmars
Uitkomsten onderzoek online communicatie 2003
De financiele communicatie van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven via internet kan nog aanzienlijk verbeterd worden. Van de AEX-bedrijven is er geen die het hoge niveau haalt van het Amerikaanse Microsoft . Dit blijkt uit een onderzoek naar internetcommunicatie van AEX-fondsen door het Nederlandse onderzoeks- en adviesbureau Jungle Rating in opdracht van Het Financieele Dagblad.
Van de Nederlandse ondernemingen biedt de website van DSM de beste financiële communicatie. Technologiebedrijf ASML scoort relatief het minst. Het onderzoek, dat werd uitgevoerd over de periode januari tot en met juni 2003, geeft aan dat de websites van DSM, ABN Amro , Fortis , Aegon , Koninklijke Olie en Wolters Kluwer 'goed' scoren op het gebied van financiele communicatie. De bedrijven waar de financiele communicatie via de websites slechts 'matig' is, zijn ASML, IHC Caland , Gucci , Getronics , Hagemeyer en Van der Moolen .
Het onderzoek wijst tevens uit dat de informatie rondom drie belangrijke aandachtsgebieden voor financiële communicatie, te weten jaarverslag, beleggingsinformatie en toekomstinformatie van de 25 AEX-fondsen onder de maat is. Positieve uitzonderingen zijn Wolters Kluwer, ABN Amro en DSM. Zij scoren relatief goed op deze drie punten. De verstrekking van algemene bedrijfsinformatie (over de financiële kerngegevens en het bedrijfsprofiel) scoort beduidend beter. Dit betekent dat de minimale informatie meestal wel op de website staat, maar dat de verdieping ontbreekt en extra financiële informatie in onvoldoende mate ontsloten wordt.
Om de scores van de AEX-bedrijven te toetsen aan een toonaangevend internationaal bedrijf is ook het Amerikaanse softwarebedrijf Microsoft beoordeeld. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van Microsofts website met een totaalscore van 70,8% (ruim 70% van de maximaal haalbare punten) op een veel hoger niveau ligt dan bijvoorbeeld het beste AEX-bedrijf, DSM (55,4%). Zo biedt Microsoft veel meer mogelijkheden tot personalisatie van informatievoorziening en is de site toegankelijker. De ontsluiting van het jaarverslag is vele malen beter dan bij een gemiddeld AEX-fonds.
Verder blijkt dat de Nederlandse ondernemingen een goede communicatie via de websites wel belangrijk vinden en het beheer hiervan proberen te professionaliseren. Wijzigingen van websites waren gedurende de meetperiode aan de orde van de dag. Ondanks deze aandacht en professionalisering was het onderhoud (actualiteit) in sommige gevallen bedroevend. Regelmatig blijven aankondigingen en/of artikelen waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden nog lange tijd op de website staan (en op de verkeerde plek). Zo wordt er anno 2003 nog gesproken over de invoering van de euro (DSM) of over een 'laatst georganiseerd event' in 2000 ( KPN ). De omschakeling van actuele informatie naar relevante informatie wordt vaak niet gemaakt. Het correct archiveren wordt soms nagelaten. Juist bij dit medium is de actualiteit van het grootste belang. Ondernemingen met de hoogste marktkapitalisatie scoren met hun website veelal beter dan kleinere bedrijven. Partijen die relatief goed scoren op de dimensie actualiteit zijn Aegon en Philips .
Geen van de websites van de grootste beursgenoteerde bedrijven excelleert op alle onderzochte gebieden. Ook is het opvallend dat de kwaliteit van de verschillende aandachtspunten binnen een website zo verschillend is. Zo scoort Reed Elsevier als een van de slechtste als het gaat om toegankelijkheid maar behoort het tot de beste op het terrein van multimedialiteit en toekomstinformatie.
Ook is het opvallend dat bedrijven het internet nog niet gebruiken als vergrootglas voor het overbrengen van gevoelige informatie die verscholen staat in jaarverslagen. Zo zijn er op de website geen aparte hoofdstukken ingericht voor bijvoorbeeld beschrijvingen van ondernemingskansen en bedreigingen, de financiële doelstellingen of dividendbeleid. Veelal maken deze onderwerpen nog integraal deel uit van enkele hoofdstukken in het jaarverslag. Het jaarverslag wordt veelal nog als 'PDF-file' aangeboden. Interactieve zoekfuncties voor onderwerpen binnen het jaarverslag worden nog zelden toegepast. Het geschikt maken van het jaarverslag voor internet (publicatie in HTML-formaat) wordt door veel ondernemingen als duur en tijdrovend gezien.
Wel bieden de meeste ondernemingen nu 'webcast'-functionaliteiten. Hierdoor zijn belangrijke evenementen voor elke geïnteresseerde 'live' via het web te volgen. De waargenomen verschillen zitten vooral in de ondersteunende diensten rondom de webcast: het aanbieden van de presentatie in meerdere talen, aanvullende informatie over de sprekers en bijvoorbeeld toegang tot de getoonde sheets.
Andere aandachtgebieden die nog braak liggen, zijn uitgebreide invulling van corporate governance, gedragscodes en verantwoording voor duurzaam ondernemen. Hier biedt internet een goede mogelijkheid de vooruitgang op deze gebieden prominenter naar voren te brengen. Op het gebied van de informatieverschaffing over de structuur, bevoegdheden en beloning van het bestuur van de onderneming scoren Koninklijke Olie, DSM, Aegon en Unilever goed.
Wat heeft de toekomst in petto? De veelvuldige wijzigingen en aanpassingen van de websites door bedrijven geven al aan dat men nog op zoek is naar het ideale model. Dit is mede het gevolg van de aanhoudende ontwikkeling van nieuwe technieken als webcast, XML en dynamic HTML. Ook vindt er aan de gebruikerskant een gewenningsproces plaats. Websites die veel informatie bevatten maar waarbij de navigatie onoverzichtelijk is voor de gebruiker, kunnen hun doel volledig voorbijschieten. De huidige trend bij bedrijvenwebsites is dan ook dat er zich een optimale, 'internationale standaard' lijkt te ontwikkelen voor het toegankelijk maken van financiële informatie. Onoverzichtelijke websites maken plaats voor saaie maar doeltreffende informatievoorziening. Gebruikersgemak staat voorop. De website van Microsoft is hier een sprekend voorbeeld van. De uitkomst van dit onderzoek toont aan dat de Nederlandse AEX-bedrijven, ondanks hun internationale karakter, nog een inhaalslag op financiële communicatie via internet te maken hebben. Een managementsamenvatting van het onderzoek zal tijdens de Henri Sijthoff-Prijs bijeenkomst ter beschikking worden gesteld.
Kader
De betekenis van internetcommunicatie tussen bedrijven en geïnteresseerden en de extra mogelijkheden die dit medium biedt voor een betere communicatie neemt met de dag toe. Konden vroeger slechts professionals via abonnementen op professionele nieuwsleveranciers zoals Reuters toegang krijgen tot persberichten en nieuwsstromen over bedrijven, nu biedt internet ongelimiteerde mogelijkheden om informatie uit te wisselen.
Dit geldt ook voor de 'financiële communicatie' via internet. Zo heeft internet een cruciale rol gespeeld in de discussie over het gelijktijdig informeren door bedrijven van belanghebbenden. Waren managementpresentaties vroeger voorgehouden voor een select groepje van analisten en journalisten, nu verzorgen de meeste bedrijven live webcast uitzendingen van deze bijeenkomsten om voorkenniszaken te voorkomen. Ook de traditionele communicatie via persberichten en het jaarverslag heeft een nieuwe dimensie gekregen door internet. De verspreiding van deze informatie alsmede de zoekmogelijkheden naar specifieke informatie binnen de verslagen heeft een grote vlucht genomen. Hoewel persberichten en de jaarverslagen nog steeds leidend zijn als officiële informatiebronnen, is financiële communicatie via internet allang het stadium van 'vrijblijvendheid' ontgroeid. Ook professionals als analisten en vermogensbeheerders rekenen erop dat zij via dit kanaal snel de nodige informatie kunnen krijgen. Vanwege het toenemende belang van financiële communicatie via internet zal de kwaliteit hiervan vanaf 2004 in het kader van de Henri Sijthoff-Prijs worden meegewogen bij de keuze van de genomineerden en de winnaars.
Overzicht resultaten
| DSM | 55,4% |
| ABN AMRO | 48,6% |
| FORTIS | 48,0% |
| AEGON | 47,5% |
| KONINKLIJKE OLIE | 46,4% |
| WOLTERS KLUWER | 46,1% |
| HEINEKEN | 44,3% |
| UNILEVER | 43,5% |
| ING | 42,8% |
| KPN | 41,3% |
| TPG | 40,5% |
| VNU | 39,2% |
| AKZO NOBEL | 38,8% |
| BUHRMANN | 38,1% |
| AHOLD | 37,8% |
| PHILIPS | 37,2% |
| REED ELSEVIER | 35,9% |
| LOGICACMG | 34,7% |
| NUMICO | 34,3% |
| VAN DER MOOLEN | 29,0% |
| HAGEMEYER | 28,8% |
| GETRONICS | 28,1% |
| GUCCI | 25,2% |
| IHC CALAND | 24,0% |
| ASML | 23,3% |
Publicatiedatum: 20/10/2003
Auteur: Mathijs van Gool
Bron: Het Financieele Dagblad