De hype rond het internet is voorbij
Mijn basale bezwaar is dat er niet genoeg benadrukt kan worden dat internet inmiddels overal zit – het is niet concreet, niet tastbaar – en dat er niet zoiets als internetverslaving bestaat. De verslaving zit elders.
In een klein bericht in de Figaro van vorige week werd melding gemaakt van een opmerkelijk verschijnsel in Finland. Daar bestaat de dienstplicht nog en we weten allemaal uit de tijd dat de plicht in Nederland nog bestond welke trucs er werden uitgehaald om er onderuit te komen. Maar als je toen gezegd had dat je verslaafd was aan het internet zou je geen geloofwaardige indruk gemaakt hebben. Dat ligt tegenwoordig anders. In Finland hebben potentiële dienstweigeraars dat door.
Je mag er zeggen dat je verslaafd bent aan of vergiftigd bent door het internet. Je kunt naar de huisarts gaan en hem vertellen dat je psychisch niet in staat bent om gedurende zes maanden – de Finnen hebben er minder tijd voor nodig om van jongens mannen te maken dan wij indertijd – verstoken te zijn van je dagelijkse shot internet. De huisarts kan een verklaring afgeven dat je afhankelijk bent van internet, en daarmee kun je je opkomstplicht uitstellen of misschien zelfs ontlopen.
Het onderwerp van de verslaving duikt wel vaker op, maar ik bespeur een verschuiving in de nuance: waar een jaar geleden de nadruk lag op bepaalde toepassingen (porno, chatten) wordt er nu meer gesproken over een generieke verslavingsvorm. In het Finse leger wordt gesproken over een informatieverslaving, ofwel een virtuele verslaving.
Twee jaar geleden schreef de publicist Herbert Blankesteijn een artikel over het onderwerp, en over de onzin die erover wordt gepubliceerd. Al snel kom je dan uit bij Amerikaanse psychologen die munt proberen te slaan uit de markt van hulpbehoevenden middels allerlei triviale, inkopperige en overbodige lijstjes. Dr Greenfield spant nog steeds de kroon en ik heb de recente publicaties van de man die zichzelf bescheiden aanbeveelt als The Center of Internet Studies er nog eens op nagekeken. Het verbaast me niet dat ik volgens de criteria van de dokter ook een verslaafde ben.
Maar gelukkig heeft hij ook de oplossing. Het allerverstandigste is dat ik zijn boek koop (Virtual Addiction, online te bestellen, dat dan weer wel), maar hij geeft ook wat handzame lijstjes, zoals we gewend zijn van ordentelijke Amerikaanse hulpverleners.
Zo zijn daar de ‘Steps to Reclaim Real-Time Living’. Een paar tips om af te kicken van mijn online verslaving mag ik u toch niet onthouden. De eerste tip is om een vakantie te houden zonder het net op te gaan. Verbluffend in eenvoud. Als ik het zou doen – ik ben nu in het buitenland – zou ik dit verhaal op het postkantoor hebben moeten faxen naar de redactie van het FD, waar ze het zouden moeten overtikken. Niemand is daar blij mee.
Voorts wordt de tip gegeven dat ik op zoek ga naar andere hobby’s, bij voorkeur met iemand samen. Welnu, mede dankzij internet heb ik hier volop de tijd om te lezen en te kaarten met de kinderen. Dankzij het internet weten we precies hoe we de baby-egeltjes waarmee de honden kwamen aanzetten, moeten voeden. Geef een egel vooral geen melk (!), maar kattenvoer, tomaten, wormen, kevers of slakken.
Een andere tip van de Amerikaanse wonderdokter is dat ik veel met mijn vrienden praat over mijn verslaving. Zal ik beslist doen als ik terug ben; als ik ga bellen wordt het een wel erg dure verslaving. De telco’s zijn met hun internationale woekertarieven de dealers van de digitale junks. De kinderen hier nemen telefoontjes van onbekenden al niet eens meer op en van bekenden alleen bij hoge uitzondering. Een sms’je versturen kost meer dan een ijsje, en ijsjes zijn hier duur.
Mijn basale bezwaar is dat er niet genoeg benadrukt kan worden dat internet inmiddels overal zit – het is niet concreet, niet tastbaar – en dat er niet zoiets als internetverslaving bestaat. De verslaving zit elders. Je bent misschien verslaafd aan spelletjes, of je bent praatziek en bij al deze verslavingen kan internet een hulpvaardige rol spelen, maar de kern van je probleem is niet de virtuele verslaving.
De mens van straks is net zo verslaafd aan water of zuurstof als aan het internet. Als iemand constateert dat de hype rond het internet over is, betekent dat niets anders dan dat het internet zo gewoon is geworden als verkeersrotondes of voorleesmoeders. Als de Nederlandse grootbanken in hun jaarrapportages steeds minder nadrukkelijk over het internet reppen, betekent het niets anders dan dat ze er steeds meer aandacht aan besteden. Als hier bij het bakkertje in het dorp een intekenlijst hangt voor een adsl-verbinding voor de gemeenschap is er iets aan de hand. Door de leveranciers van diensten (vluchtboekingen, banken, spoorwegen) krijgen we steeds meer digitale druppels verplicht geïnjecteerd door te dreigen met prijstoeslagen als we ouderwets willen boeken.
Daarom verbaasde mij dat bericht over de Finse dienstweigeraars. Als je met het excuus van de informatieverslaving onder de dienstplicht kunt uitkomen, wordt het tijd dat de hele dienstplicht wordt afgeschaft. We zijn straks allemaal verslaafden.
JOOST STEINS BISSCHOP
Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad