De typemachine met een geheugen
Tonino dacht dat hij een typemachine op straat zette maar het was een computer die niet vergeten was wat hij allemaal geschreven had.
De discussie over de computer van Tonino is uitgebreid gevoerd. Ze is in zoverre interessant, omdat we te maken hebben met een overbekende maar misschien wel ondergewaardeerde bron van problemen: de invloed van een nieuwe technologie op bestaande werkwijzen of structuren kan leiden tot onverwachte wendingen.
Ik zal het uitleggen. Stel, vroeger tikte Tonino alles op een typemachine, met een tweekleurig lint, rood en zwart. Ook al heeft Tonino het zelf niet gedaan, dan hebben zijn ouders het zo gedaan en is het tikken op toetsen in de QWERTY-opstelling een overgeërfde vaardigheid. Ging de typemachine kapot dan kon je ‘m met een gerust hart bij het oud vuil zetten. Een typemachine heeft geen geheugen.
Zo moet Tonino ook gedacht hebben; ik gebruik de computer als typemachine dus het is niet veel meer dán een typemachine. Hij is kapot en mag dus worden weggegooid. Een onzichtbare derde macht fluistert vervolgens alle politici in dat dit een Stommiteit is, en iedereen zegt in koor dat dit een Stommiteit is. Sommigen zeggen zelfs dat het een enorme Stommiteit is.
Je kunt ook zeggen: Tonino gooide het gebruik van het apparaat weg en niet het apparaat zelf. Negenennegentig procent van de mogelijkheden van de aangeboden technologie had hij nooit toegepast en daarmee bestonden ze niet voor hem.
Ander voorbeeld, over dezelfde zaak. Minister Remkes is te gast bij Barend & Van Dorp . De fatsoenshoeder stelt ter discussie of de taxichauffeur niet als goed burger naar de politie had moeten stappen toen hij de computer op straat vond. (Hoe wist die taxi-chauffeur eigenlijk dat het hier een interessante computer betrof? Wie heeft dat virus voor het eerst omzeild? En moet ik een op straat gezette diepvrieskist, leeg, zonder lijk, ook naar de politie brengen?)
‘En als nu een journalist de computer had gevonden, had die dan ook aangifte bij de politie moeten doen?’ vragen de heren journalisten aan de eivormige tafel van Barend & Van Dorp. Remkes twijfelt, hij voelt ook wel dat het als een journalistieke taak wordt beschouwd om dergelijke misstanden onbarmhartig aan de kaak te stellen. Of zelfs een plicht. Daar lag het dus al wat moeilijker.
Niemand stelde toen de vraag die mijns inziens gesteld had moeten worden: en als de taxi-chauffeur nu tegelijkertijd ook journalist was, zou hij dan dienend burgerlijk (naar de politie) of maatschappelijk kritisch (onzorgvuldig optreden openbaar maken) moeten handelen?
De vraag is minder gek dan u misschien zou denken, omdat tegenwoordig iedere burger in staat kan worden geacht een groot publiek te bereiken. Als u in de geblindeerde opkamer een filmpje maakt van een onthoofding en het vervolgens op het internet plaatst, kunt u rekenen op behoorlijk wat aandacht. Wel snel doen, want het wordt steeds gewoner.
Maar er zijn ook minder extreme voorbeelden van burgers die een aandachtig publiek bereiken met hun publicaties op het internet, de zogeheten ‘bloggers’. Mensen die vinden dat ze iets te melden hebben, plaatsen dat op het internet en als er een bepaalde loop naar hun pagina’s komt kunnen dergelijke ‘weblogs’ zelfs een opiniërende invloed krijgen.
Vraag maar aan de bekende Amerikaanse tv-journalist Dan Rather; hij presenteerde op CBS documenten die onomstotelijk aantoonden dat president Bush het niet zo nauw had genomen met zijn verplichtingen tijdens zijn militaire dienst. Bush zou daarbij zijn geholpen door hoge officieren. Al een paar uur na deze onthulling was de stem van de bloggers op het internet te horen. Rather bagatelliseerde aanvankelijk de invloed van de thuiswerkers, maar het slot van het liedje was dat hij moest erkennen dat zijn documenten vals waren.
Tonino dacht dat hij een typemachine op straat zette maar het was een computer die niet vergeten was wat hij allemaal geschreven had. Remkes realiseerde zich niet dat verschillende rollen als journalist, burger of taxichauffer tegenwoordig gelijktijdig door dezelfde personen kunnen worden gespeeld. In beide gevallen zaaide de technologie meer dan sommige mensen in hun verbeelding konden oogsten.
Nog een laatste opmerkelijk voorval uit deze zaak. Journalist Peter R. de Vries werd door een andere journalist gevraagd waarom hij de zaak niet gewoon discreet had opgelost, buiten de media om. ‘Wees eens eerlijk’, antwoordde De Vries, ‘dan had jij toch ook niets te doen gehad de afgelopen dagen?’
Dat is het. We hebben meer boekenplanken dan boeken, er is meer zendtijd dan nieuws. Dus als er even een flauwte dreigt, dan gaan we over elkaars nieuws schrijven. Zo houden we de goegemeente een weekje bezig en we gunnen het nieuws niet de tijd een korst te ontwikkelen.
Tonino zit thuis en vindt binnenkort uit dat hij zijn computer ook als telefoon kan gebruiken. Remkes heeft www.gerritzalm.nl ontdekt; die Gerrit, minister én blogger tegelijk. Peter de Vries ten slotte geeft de cursus ‘bezigheidstherapie voor journalisten’. Het is tjokvol.
JOOST STEINS BISSCHOP
Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad