The truth according to Google
Het was het onderzoek van Susan Aasman dat me aan het denken zette. De Groningse historica promoveerde vorige week op een onderzoek naar de bruikbaarheid van amateurfilms als historische bron.
Een overbekend voorbeeld hiervan zijn de beelden van Abraham Zapruder, die toevallig zijn camera had aanstaan toen John Kennedy Dallas bezocht. De Zapruder tapes zijn wereldberoemd geworden en hebben hun bijdragen geleverd aan menig complottheorie. Ook een aantal beelden van 9/11 is afkomstig van amateur-filmers.
Dankzij de digitale camera’s komen er steeds meer amateur-filmers. Deze amateur-filmers zijn over het algemeen mannelijk; het is het speeltje van pappa, de rest weet niet hoe ze ermee moeten omgaan, dat was vroeger al zo en dat is nu waarschijnlijk helemaal zo. Hoe digitaler, des te ingewikkelder, en Philips is bezig om daar wat aan te doen. Sense, smart, simple, sensitivity of sensibility, zoiets was het, dus het gaat allemaal goed komen.
Heel rechtlijnig geredeneerd komt het er dus op neer dat mannen bepalen wat er gefilmd wordt en dus een steeds grotere invloed hebben op de vastlegging van de geschiedenis. Vergelijk het met een uitgebrachte stem; iedere amateur-film is een stem die van invloed kan zijn op het door onze kinderen te vormen beeld van de tijd. De geschiedschrijving als democratisch proces; iedereen die wil mag meedoen, het volk stemt door beelden achter te laten. Iedereen mag stemmen maar in de praktijk doen meer mannen dan vrouwen dat.
Er ligt ook een democratisch principe ten grondslag aan de populariteit van Google. Het vernieuwende van Google was dat het verwijst naar bronnen waar door internetsites veel naar verwezen wordt. Ook al is er een bron die onbetwistbaar helemaal deugt, volledig is, objectief, met respect voor hoor en wederhoor, met begrip voor Koran, Torah en Bijbel, als geen gerespecteerde partij op het internet er naar verwijst wordt hij nooit aanbevolen. Vergelijk het met kiesmannen. Je zult er een aantal achter je moeten hebben, wil je scoren. Inmiddels beantwoordt de methodiek van Google bij meer dan de helft van alle zoekvragen op internet. Yahoo is goede tweede, samen zijn ze goed voor meer dan 90%.
Ik zoek bij zowel Google als Yahoo naar Pinochet. De eerste vier gevonden sites van beide zijn alle verschillend. Is er een smaakverschil? Is het democratische Google betrouwbaarder dan het meer traditionele Yahoo? Is Pinochet dictator bij Google en weldoener bij Yahoo? Heeft de een een voorkeur voor Bush en de ander voor Kerry?
De vraag die ik me stel is of de betrouwbaarheid van marktleider Google lijdt onder het democratisch principe waar het zijn populariteit aan te danken heeft. Wil ik naar de film met de meeste recensies, naar de film met de meeste bezoekers of naar de film die mij wordt aanbevolen door iemand die mij nog nooit naar een teleurstellende film stuurde? Die keuze maak ik zelf, maar welke keuzen maken die miljoenen studenten en scholieren als ze hun werkstuk moeten maken? Vooral deze categorie kiest voor Google, en ze benaderen dus allemaal die ene enorme bibliotheek met waarschijnlijk een vergelijkbaar trefwoord, daar komt geen bibliothecaris aan te pas. Vervolgens maken ze hun werkstuk, ze plaatsen het op het internet en wordt de bestaande Googleiaanse waarheid versterkt.
Is het zo hellend als ik het nu schets? Ik gebruik Google dagelijks maar controleer het antwoord vrijwel altijd even bij Yahoo. Zoek-engines op het internet, ze zijn een zege voor de mensheid. Maar een feit is pas een feit als de bron betrouwbaar is. Er zijn zonderlingen die Google gebruiken om de spelling van woorden te controleren. Ik raad u aan om eens ‘onmiddelijk’ (inderdaad, met één l) in te tikken bij Google; het is goed voor 20.100 treffers, bij Yahoo zijn dat er overigens vier keer zo veel.
Mijn vermoeden is dat de democratische kracht van de verwijzende massa er wel eens toe kan leiden dat publieke zoek-engines een mening gaan krijgen, terwijl ik juist gebaat ben bij een meningloze gids.
Zou het niet mogelijk zijn dat ik de Google-technologie van toepassing laat zijn op een door mij bepaalde verzameling van internetbronnen waarvan ik zelf denk of heb geconstateerd dat ze betrouwbaar zijn, dat ze een standpunt verkondigen dat ik in ieder geval begrijp en kan toetsen. Zou het niet mogelijk zijn dat ik een waardering geef aan een bepaalde site? Dat ik als gebruiker mijn tevredenheid uitspreek over de betrouwbaarheid van de aanbevolen informatie.
Ik denk aan de geschiedschrijver Loe de Jong. Toen een embargo nog werd gerespecteerd. Op internet is er geen tijd voor embargo’s of een tussenpersoon als De Jong. De oppervlakkige geschiedschrijving op het net wordt steeds meer beïnvloed door stemmende amateurs. Susan Aasman onderzocht de invloed van de voornamelijk mannelijke amateur-filmers; de parallel met de hellende objectiviteit op internet volgens Google dient zich aan.
Het is niet erg, als we het maar weten.
JOOST STEINS BISSCHOP
Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad