Van apparaat naar computer

Je gaat naar een geldautomaat. Je gunt hem je pasje, je geeft je pincode en je vraagt om geld. Vervolgens krijg je daadwerkelijk het gevraagde geld. Je kunt om een bewijsbriefje vragen. Op het internet kun je meteen controleren of het juiste bedrag van je rekening is afgeschreven.

Het is november. Je gaat stemmen. In het kieslokaal maak je jezelf bekend bij drie mensen. Je gaat naar de stemcomputer en brengt je stem uit. Je krijgt geen bewijsbriefje. ‘s Avonds kun je op de televisie volgen welke partij er won of verloor, maar nergens kun je controleren of jouw stem werd gehoord.

‘Wij vertrouwen stemcomputers niet’, zo kun je sinds deze maand lezen op de site met dezelfde naam. Rop Gonggrijp (onder andere oprichter van internetprovider Xs4all) zit onder andere achter deze site, en dan kun je er gevoeglijk van uitgaan dat het hier om meer gaat dan om wat komkommernieuws.

Ooit ging je op de dag van de verkiezingen naar een stemhokje en je kleurde met het van rijkswege verstrekte potlood het vakje van jouw keuze rood. Het formulier verdween in een grote bus en ‘s avonds werd er door een groep mensen geteld.

Toen kwamen de stemmachines. Het hele proces zou goedkoper worden en de uitslag zou sneller bekend zijn, zo was de logische gedachte. Dat werd het ook, maar de prijs die betaald werd was dat de controleerbaarheid afnam.

Immers, wat gebeurt er precies in dat stemapparaat, of moeten we het echt nadrukkelijk een stemcomputer noemen? Een apparaat suggereert een inzichtelijk verband van stap naar stap, van aandrijfas naar tandrad, iets wat je kunt repareren met een dopsleutel en een kruiskopschroevendraaier.

Maar een computer is al veel geheimzinniger, zeker als het programma geheim is. Waarom krijg ik eigenlijk geen stembewijs geprint – net zoals bij het pinnen – waarop vermeld wordt hoe laat ik op welke persoon heb gestemd? En als echt de nood aan de man is, laat je iedereen het bewijsje inleveren en gaan we de bewijsjes tellen. Eigenlijk zijn we dan gewoon weer terug bij het stembiljet. Dat heet dan achteruitgang.

Citotoetsen? Van afstand stemmen op jaarvergaderingen? Wie garandeert de burger dat het allemaal netjes verloopt?

De lachende derde die baat heeft bij al het geautomatiseer is de controleur, in welke vorm dan ook. De sjoemelpolitie. De forensische hulptroepen. What goes up, must come down. Het lijkt een simpele wet, maar door ingrijpende automatisering is menig systeem knap ondoorzichtig geworden. Het is geen tuinslang meer, waar water ingaat en even verder komt het eruit, maar het is een hele grote spons geworden.

Ik had vorige maand autopech. De Franse garagist zette een laptop aan mijn auto, startte een programmaatje en zei even later ‘Oh la la’ zoals Fransen ‘Oh la la’ kunnen zeggen. Het was goed mis. De auto is een systeem geworden. Maar wie zegt mij dat de software van de garagist wel deugdelijk is? Daar mag ook wel periodiek een controleronde over- heen, zo eiste de bond van autobezitters.

Zo werd de wereld iedere dag efficiënter. En zo ook groeide het wantrouwen met de dag.

JOOST STEINS BISSCHOP

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad

Reageer op dit artikel

Zorg er voor dat je de vereiste* informatie invult, waar aangegeven.

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Altijd op de hoogte van de trends, tips & actualiteiten

Je kunt ons bereiken:

Weesperstraat 81
1018 VN Amsterdam
020 - 514 14 14
› Neem contact op
› Onze vacatures

Volg ons op: