Publicaties
HomePublicatiesColumns

PIPA en SOPA: producten van de lobbyisten

By: Joost Steins Bisschop

Pipa en Sopa zijn internetwetten die in de Amerikaanse senaat zijn voorgesteld. Pipa staat voor Protect IP Act, en SOPA betekent Stop Online Piracy Act. Beide wetten beogen om het hergebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud onmogelijk te maken en ook strafbaar te stellen. Een babyfilmpje op Youtube met op de achtergrond de radio die een nummer van Lady Gaga speelt? Vette boete, Youtube wordt geblokkeerd. Een bakker die een marsepeinen Micky Mouse drukt, voor op een verjaardagstaart? Hem wacht opsluiting.

Zelfgemaakte filmpjes

Zondag zag ik op een open dag van een middelbare school een presentatie van 15 leerlingen uit de eindexamenklas. Het was het kunstproject: iedereen moest antwoord geven op de vraag wat hem of haar bezig hield in dit kalenderjaar van de grote verandering. Van school naar studie, buitenland of onzekerheid. We zagen 15 korte filmpjes, met duizenden beelden, sommigen zelf gemaakt, andere geplukt van het internet. We hoorden soundtracks, sommige zelf ingespeeld, andere geplukt van het internet. Wat er gebeurde in dit half uur was goed voor tonnen euro’s boete in het regime van SOPA.

Waar komen PIPA en SOPA vandaan? Van de Lobbyisten. En wie stuurde de lobbyisten? De entertainmentindustrie, zoals Disney, Warner, CBS, ESPN maar ook Microsoft.

In een Michael Moore-achtig filmpje op Youtube vertelt Michael Mozart welke rol deze partijen hebben gespeeld bij het ter beschikking stellen van filesharing software, waarmee de wereld geholpen werd bij de zoektocht naar en het aanbieden van vrije kopieën van muzieknummers. Programma’s zoals Limewire, Kazaa, Morpheus, BitTorrent enVuze werden aangeprezen en soms exclusief aangeboden op sites als CNET van CBS! En ook was er sprake van een co-branding met sites als Aol, Msnbc en ESPN. Het zijn dezelfde partijen die nu om het hardst jammeren, en de lobbyisten het veld in sturen.

Nu zijn we afhankelijk

Het is het verhaal van de drugsdealer. Hij zal zijn spul de eerste en volgende keren gratis weggeven, totdat de klanten vanzelf naar hem toe komen. Er ontstaat een heel andere verhouding. Verslaafden zijn willige betalers en de afhankelijkheid is groot geworden. Zo zijn we mobiel gaan bellen (gratis toestel, gratis belminuten, gratis sms-bundel), en zo wordt er in de nabije toekomst geld gevraagd voor data-verkeer. Het is het verhaal van Hans en Grietje. Knibbel knabbel knuisje, wie komt er in mijn huisje.

Het heeft te maken met de veranderde schaarste; het zelfbeschikkingsrecht op de tijd van de consument. Ooit kon een programma alleen bekeken worden op het moment van uitzending. De enige concurrentie kwam van de andere zenders op dat moment. Toen kwam de videorecorder en toen kwam het internet. En konden we opeens alles bekijken en beluisteren op door ons zelf gekozen momenten, daarbij werden we aangemoedigd door –zo blijkt nu- de entertainmentindustrie zelf.

Nu is de tijd gekomen om de macht weer te grijpen, zo moet de industrie gedacht hebben. Ze liet de lobbyisten de muziek maken, en deze lieten de senatoren bijna dansen naar de pijpen van de industrie.

Die wet komt er voorlopig niet, zo bleek deze week. Maar de toon is gezet.

Deze column werd eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.

Joost Steins Bisschop
Joost Steins Bisschop

Joost heeft na zijn studie Algemene Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam twintig jaar gewerkt als werknemer en ondernemer. Hij is oprichter van SPC-bedrijven en New Media Marketplace en is internetpionier. In 1995 wordt hij columnist bij Assurantie Magazine, waar iedere twee weken verzekeringssites werden beoordeeld. Sinds 1999 is hij columnist bij Het Financieele Dagblad. Aanvankelijk twee-wekelijks, vanaf 2008 wekelijks. Hij is auteur van de boeken 'Chatten met je dochter', en 'Wie weet of het waar is' en mede auteur van De Internet Scorecard™. Laatstgenoemde staat nu al een aantal jaar in de top-100 van management boeken. Joost is jurylid van de Thuiswinkel Awards in zowel de Nederlandse als de Europese jury. Ook is hij docent op Beeckestijn (Digitale Interactieve Marketing) en Nijenrode (post doctoraal). Op vrijdag is hij leraar op een basisschool (groep 6, 7 en 8, plus klasjes, schaken, wiskunde en Frans).