Publicaties
HomePublicatiesColumns

Twijfels bij Twitteronderzoeken

By: Joost Steins Bisschop

‘Twitter? Dat gaat helemaal nergens over’, sprak de baas van de private bank terwijl een verdieping lager zijn nieuwe briljante analist zich in een tweet verwonderde over de vele faxen die binnenrolden. Als iemand begint over de vluchtigheid van de conversatie van tegenwoordig is de bevestiging van alle rampspoed het meest verstandige.

Met uitsterven bedreigd

Ja, inderdaad, Twitter is een zinloze vorm van tijdsbesteding. Tattoos zijn trouwens ook lelijk en verminkend. En dat niet alleen, het leidt ook nog eens tot een verarming van het taalgebruik, zo concludeerde de Engelse acteur Ralph Fiennes vorige maand. Hij klaagde over de opkomst van het gebruik van sociale netwerken, het zou leiden tot een verwoesting van de Engelse taal. Ik las het, dankzij Twitter, in Forbes Magazine. De grootste angst bij Fiennes is dat mooie lange woorden zoals ze werden gebruikt in de werken van Shakespeare of de novels van PG Wodehouse met uitsterven worden bedreigd.

Het gebruik ervan is zo schaars dat de mensen binnenkort niet eens meer zullen weten wat ze betekenen. De dodo stierf ooit uit, en niemand weet nu meer hoe het beest er heeft uitgezien. Zo zal het ook met onze mooie vocabulaire gaan. Een woord dat niet gebruikt wordt op sociale media is met uitsterven bedreigd. En vooral langere woorden zouden het onderspit delven, zij zijn ‘te duur’ voor de kortademige pas van Twitter.

En toen was er een Engelse professor aan de universiteit van Pennsylvania, Mark Liberman, die besloot hier serieus een onderzoek naar te doen. Hij onderzocht de teksten van Shakespeare’s Hamlet, een aantal Jeeves-verhalen van Wodehouse en een aantal tweets van een nieuwskrant, de Daily Pennsylvanian. Om vervolgens te concluderen dat een gemiddeld Hamlet-woord bijna 4 letters lang was, Wodehouse net iets meer dan 4 letters per woord nodig had en dat in de Twitter berichten de woorden gemiddeld maar liefst 4.8 letters lang waren! Conclusie: de zorgen van acteur Fiennes waren onterecht. Twitteraars gebruiken lange woorden.

Juiste data, domme conclusies

Kijk, onze bedrieg-professor Stapel gebruikte valse data en trok hier technisch de juiste conclusies uit, maar deze professor Liberman gebruikte juiste data en verbond er vervolgens uiterst domme conclusies aan. In tweets gebruik je namelijk geen korte woorden. Die sla je gewoon over. Vergelijk de tweet ‘vandaag presentatie #zinan’ (gemiddelde woordlengte 8) met ‘vandaag geef ik een presentatie. Ik heb er zin in’ (gemiddeld 4). Het eerste wordt getwitterd (echt waar), het tweede niet.

Conclusie: wetenschappers trekken goede conclusies uit foute data (Stapel) of foute conclusies uit correcte data (Liberman), in beide gevallen heb je er niets aan. Laat die Liberman en Stapel eens met elkaar een onderzoekje moeten doen. Lieberman onderzoekt, Stapel mag de conclusies trekken. Daar kan nog iets moois uit groeien.

Hetgeen overigens niet wegneemt dat we dankzij Twitter juist terecht komen bij de meest mooie teksten van Shakespeare of Wodehouse. Dankzij een tweet kwam ik er achter dat de AKO-genomineerde roman ‘De Weldoener’ van Thomése op de maandag van de prijsuitreiking gratis was te downloaden als e-book. Met mij deden meer dan 5000 mensen dit. Het is een mooi boek. We gaan meer lezen, met dank aan Twitter.

Deze column werd eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.

Joost Steins Bisschop
Joost Steins Bisschop

Joost heeft na zijn studie Algemene Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam twintig jaar gewerkt als werknemer en ondernemer. Hij is oprichter van SPC-bedrijven en New Media Marketplace en is internetpionier. In 1995 wordt hij columnist bij Assurantie Magazine, waar iedere twee weken verzekeringssites werden beoordeeld. Sinds 1999 is hij columnist bij Het Financieele Dagblad. Aanvankelijk twee-wekelijks, vanaf 2008 wekelijks. Hij is auteur van de boeken 'Chatten met je dochter', en 'Wie weet of het waar is' en mede auteur van De Internet Scorecard™. Laatstgenoemde staat nu al een aantal jaar in de top-100 van management boeken. Joost is jurylid van de Thuiswinkel Awards in zowel de Nederlandse als de Europese jury. Ook is hij docent op Beeckestijn (Digitale Interactieve Marketing) en Nijenrode (post doctoraal). Op vrijdag is hij leraar op een basisschool (groep 6, 7 en 8, plus klasjes, schaken, wiskunde en Frans).